Parels; het geheim van de zee
Parels vormen zich in oesters (zeemossels), enkele soorten zoetwatermossels en soms ook in slakken. Ze ontstaan als reactie op binnengedrongen vreemd deeltje in de mossel. Het mantelepitheel, die gewoonlijk parelmoer vormt aan de binnenzijde van de schelp, omsluit echter ook binnengedrongen vreemde voorwerpen. En uit deze inkapsels ontstaat de parel. Als de parel op de binnenkant van de schelp groeit, dan moet ze uit de wand worden gezaagd. De vorm is dan slechts halfkogelvormig. Deze parels heten 'blisters', Engels voor huidblaasje of schaalparel.

Bijna alle parels worden tegenwoordig gekweekt. Geschat wordt dat 1 op de 15000 oesters een wilde parel bevat. Om parels te kweken wordt in de oester een klein korreltje parelmoer gelegd en de parel kan dan na twee jaar geoogst worden. De teelt is door de Japanner Kokichi Mikimoto ontwikkeld en in 1896 gepatenteerd. Deze gekweekte parels worden tegenwoordig alleen nog maar parels genoemd omdat alleen het binnendringen van het vuiltje onnatuurlijk is terwijl de rest van het proces, het inkapselen, op de natuurlijke manier gebeurd.

De sierwaarde van een parel hangt af van de glans, kleur, grootte, perfectie en symmetrie, waarbij de glans het belangrijkste is. Daarom is een kleine Japanse parel meer waard dan een grote parel uit de Grote Oceaan. Perfecte parels zijn zeldzaam en worden daarom vaak in ringen verwerkt.

De kleur van een parel hangt af van de soort mossel deze bepaald de kleur. Daarom is er ontzettend veel onderzoek geweest naar mossels en welke kleur parels ze vormden. Daaruit is een selectie gemaakt van mossels die de mooiste kleuren en glans gaven en met deze wordt er verder gekweekt.