Zilver
Zilver is in zuivere vorm erg zacht en moet daarom voordat het gebruikt kan worden in sieraden gemengd worden met andere metalen. Hiervoor wordt normaliter koper gebruikt. De hoeveelheid zilver in een legering wordt aangeduidt in gehaltes. Het eerste gehalte zilver wordt gebruikt voor sieraden zoals ringen, armbanden, halssieraden en broches. Dit gehalte wordt gemeten in duizendsten en voor het eerste gehalte is dit 925 duizendsten(925/1000). Dit betekent dat 92,5% van het metaal uit zuiver zilver bestaat. Verdere gehaltes zijn 2e gehalte (835/1000) en 3e gehalte (800/1000).

Zilver wordt al van voor het begin van onze jaartelling gebruikt voor versiersels en als betaalmiddelen. Uit opgravingen blijkt dat al 4000-3500 v.Chr. zilver werd gescheiden van lood op eilanden in de EgeÔsche Zee en AnatoliŽ. Vaak werd zilver geassocieŽrd met de maan, de zee en verschillende goden. In de alchemie werd voor zilver het symbool van een halve maan gebruikt en alchemisten noemden het Luna. Van het metaal kwik werd gedacht dat het een soort zilver was. In sommige talen blijkt dat nog uit de naam die kwik heeft zoals quicksilver in het Engels of kwikzilver (= levend zilver) in wat ouder Nederlands. Veel later bleek het om twee volstrekt verschillende elementen te gaan.

De naam zilver leidt via het Althochdeutsch silabar van de germaanse wortel silubra. In het Latijn heet zilver argentum, waar zilver het symbool Ag aan dankt.